De verschillende weermodellenDe drie belangrijkste weermodellen zijn: ECWMF, GFS en Bracknell. Deze worden ook wel numerieke modellen genoemd.10/14/2013 07:267653Een model is een in een computer ingebouwde, zo getrouw mogelijk, nabootsing van de aardse atmosfeer. Via heel veel reken- en tijdstapjes wordt alles van het weer op een rooster, dat het gehele aardoppervlak bedekt, uitgerekend, dus verwacht. Vandaar dat het ook  Numerieke Modellen worden genoemd. De drie belangrijkste weermodellen zijn: ECWMF, GFS en Bracknell.De belangrijkste weercomputers heden ten dage draaien zogenaamde “globale modellen”, waarbij globaal dan staat voor wereldomvattend. In het Nederlands zou men de term mondiaal moeten gebruiken, maar in de meteorologie is globaal ingeburgerd, waarschijnlijk omdat men in het Engels praat over de “global models”.

Al vrij snel na de eerste evaluaties en verbeteringen van de modeloutput in de jaren 70 van de vorige eeuw, bleek dat we met een model voor één halfrond niet ver zouden komen. De evenaar lijkt wel een barrière voor het weer, maar is dat niet echt. Het was nodig het weer op de gehele aardbol in kaart te brengen en te berekenen om tot betrouwbare weersverwachtingen te komen. Een nadeel was ondermeer dat het nog veel meer computercapaciteit koste dan toch al nodig was om een ingewikkeld weermodel te draaien. Een voordeel was dat dan ook meteen de weersverwachtingen voor de gehele aardbol beschikbaar kwamen. Australië was in die jaren maar wat blij dat er goede modeloutput beschikbaar kwam voor het zuidelijk halfrond, eigenlijk dus als een soort bijeffect.


Zo komen we tot de volgende drie belangrijkste globale modellen:



1) ECMWF

Het European Centre for Medium-range Weather Forecasts. Een groot aantal Europese landen werkt samen om dit model te ontwikkelen en te onderhouden. Het werd midden jaren 70 opgericht door 18 lidstaten, waaronder Nederland. Het wordt nu door nog 13 andere Europese landen gesteund, dus totaal 31 landen (oktober 2009). De eerste officiële operationele producten verschenen op 1 augustus 1979 en zijn sinds die dag onafgebroken dagelijks beschikbaar. Het model wordt gerund in een gebouw te Reading (een uurtje ten westen van Londen) en daar werken op roulerende basis ook alle wetenschappers van al die landen samen. Vanuit Reading wordt alle output naar de lidstaten verspreid, die daar zelf eventueel weer allerlei specifieke verwachtingen uit destilleren. Lidstaten krijgen de gegevens gratis, niet leden of andere gebruikers moeten voor de output betalen. Het ECMWF-model is al jaren kwalitatief het beste weermodel en wordt door heel veel, ook niet Europese, landen als basis voor hun weersverwachtingen gebruikt.

 

ECWMF_KLEIN

 

2) GFS

(Global Forecast System) Het globale model van de Amerikanen. Vroeger heette dit AVN/MRF, maar sinds ze een hogere resolutie hebben en nog een aantal wijzigingen hebben doorgevoerd, hebben ze meteen de naam veranderd. De werking, verspreiding aan diverse landen en ook de basis natuur- en wiskunde die in het model is verwerkt, is vergelijkbaar met het ECMWF. Alleen draait het model 4 maal per dag tegen het ECMWF maar 2 maal. Verder is een groot verschil dat alle berekende uitvoer van het GFS-model continu volledig openbaar is. De hele wereld kan gratis mee profiteren van de output. De Amerikanen huldigen het standpunt dat als de belasting reeds voldaan is, dat er dan voor het resultaat achteraf niet meer betaald hoeft te worden. Dat betekent dat allerlei weerproviders, weeramateurs en andere gebruikers over de gehele wereld de meest mooie internetsites, bedrijfjes en wat al niet meer kunnen opzetten die prachtige weersverwachtingen en afgeleiden kunnen produceren, met allemaal een gratis GFS input.

 

GFS_Klein

 

3) UKMO

Het United Kingdom Met Office model. Vroeger huisde het Britse weerbureau in Bracknell, een bekende naam bij velen. Sinds 2003 zetelt het in Exeter. De Engelsen draaien dus nog steeds een eigen model dat in Europa goed bekend staat en door veel weerbedrijven gebruikt wordt. Soms als basis van de verwachtingen, maar vaak als vergelijking met de andere modellen. Vooral bekend en veel gebruikt zijn de ´bracknell weerkaarten´, mooi geanalyseerde weerkaarten, die, en dat wordt wel eens vergeten, tegenwoordig gemaakt zijn met behulp van de computeroutput. De isobaren komen rechtstreeks uit de computer en met behulp van andere berekende parameters, worden de fronten ingetekend.

Veel andere landen draaien hun eigen weermodel, vaak niet om betere verwachtingen te krijgen (de eerste drie steken er met kop en schouders bovenuit), maar om eigen wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen, om wetenschappelijk bij te blijven en om landspecifieke atmosfeerproblemen aan te pakken.

 

Bracknell_klein



Bron: Tijmen de Boer - Ed Aldus

]]>